
Artist Talk: Samuel Valor Reyes
La Puta Tierra begint als wit blad, dat ingekleurd wordt door acht jongeren van uiteenlopende achtergronden. De makers van deze voorstelling zijn ook geen onbekenden op C-mine. In dit interview vertelt maker en regisseur Samuel Valor Reyes over zijn onderzoek naar de complexiteit van identiteiten, verschillen en gelijkenissen.
Samuel Valor Reyes zette zijn eerste stappen als theatermaker en performer binnen The Age of Us, een collectief van jonge kunstenaars die een zomer op C-mine verbleven, en bracht zijn stuk The Age of Resurrection ten slotte in de bijbehorende showcase. Hij staat ook bekend om zijn rol als gastheer bij de performances van The Sound of C. We spraken hem nu als regisseur en begeleider van de jongeren in La Puta Tierra, een productie van Limburgse bodem.
La Puta Tierra, Spaans voor ‘de vervloekte aarde’, wil een stem geven aan een generatie in spreidstand tussen wie ze is en waar ze is. Een groep jongeren van uiteenlopende achtergronden maken van de bühne een brave space waar ze via woord, beeld, klank en beweging de complexiteit van hun identiteiten uit kunnen drukken.
Samuel, wat betekent La Puta Tierra precies voor jou?
Als je de titel letterlijk vertaalt, klinkt dat behoorlijk gewelddadig of vijandig: ‘de verdomde aarde’. Maar dat is ook een gevoel dat ik de laatste tijd sterk ervaar: dat we onvoldoende zorg dragen voor de wereld en elkaar. De voorstelling gaat over een groep jongeren die naar een nieuwe plek migreren, in parallel met het immigratieproces dat we hier in Limburg heel goed kennen. Het wordt een plek waar ze gaan voelen dat ze verschillen, maar ook dat die verschillen ons misschien dichter bij elkaar kunnen brengen dan we aanvankelijk denken.
Het is een onderzoek naar hoe verschillende achtergronden, talen en geloofsovertuigingen kunnen samenkomen en elkaar beïnvloeden. Een beetje zoals citétaal ook is ontstaan uit het vermengen van Vlaams met andere talen, en de schoonheid die schuilt in die voortdurende evolutie.
Je focust in deze voorstelling ook duidelijk op de generaties na de eerste immigranten?
We vertellen inderdaad altijd de verhalen van die eerste generatie immigranten, maar ondertussen hebben zij ook kinderen en kleinkinderen. Die nieuwe generaties willen we ook een stem geven, want zij leven tussen de dominante Vlaamse cultuur en de cultuur waarmee hun ouders zijn opgegroeid, en zoeken hun eigen manier om die werelden met elkaar te verbinden en er iets nieuws van te maken.
De audities waren verspreid over zeven deelnemende Limburgse cultuurhuizen om de drempel te verlagen. Hoe heb je dat ervaren?
Ik heb altijd de droom gehad om zo’n grote Limburgse productie te maken. Van buitenaf leeft soms het idee dat er in Limburg niet echt veel vraag naar is, maar onze audities – met 170 (!) jongeren – hebben eigenlijk het tegenovergestelde bewezen.
Voor veel van hen werd het meteen ook een plek waar ze een community konden vinden. Tegelijk merk je hier, in Limburg, vaak dat er een gevoel heerst dat we niet dezelfde kansen krijgen als in de grootsteden, dus het was heel bijzonder om te zien hoeveel enthousiasme er was. Ik werd er eerlijk gezegd best emotioneel van.
Het was ook vrij uniek om met zo’n uitgesproken Limburgse cast en crew te kunnen werken, ook achter de schermen. Met Inci Gül Civelekoglu, Nata Mandaria en Bert Peyffers – ook crazy makers, overigens – werd ik geruggesteund door fantastische Limburgse kunstenaars, waar ik bovendien ook al eerder mee samenwerkte. Ik ben heel blij dat we dit stuk met zo’n sterke Limburgse kern kunnen maken.